Begrippen tekenen klas1

Uit Roncalli Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Kleur

Kleurencirkel

De kleurencirkel wordt besproken in de klas. De kleurencirkel bestaat uit:

  • primaire kleuren
  • secundaire kleuren
  • tertiaire kleuren

Tek kleurencirkel.jpg.gif

Primaire kleuren

De primaire kleuren zijn:

  • ROOD
  • BLAUW
  • GEEL

Tek primair.jpg

Secundaire kleuren

De secundaire kleuren zijn:

  • ORANJE
  • GROEN
  • PAARS


Tertiaire kleur

Een tertiaire kleur is een kleur die uit menging van de drie primaire kleuren wordt verkregen.

Tek tertiaire.png


Kleurcontrast

Als felle kleuren tegen elkaar afsteken, noem je dat kleur tegen kleurcontrast. Hieronder zie je een plaatje met kleur tegen kleurcontrast. Sommige mensen houden van felle kleuren, andere houden van pastelkleuren. De kleding die je draagt laat namelijk zien wie je bent en wat jou smaak is.


Tek kleurcontrast.jpg


Complementaire kleuren

Complementaire kleuren zijn kleuren die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel.

  • Rood - Groen
  • Geel - Paars
  • Blauw - Oranje

Tek slager.jpg

Tek reddingsboei.jpg


Licht-donker contrast

Hele donkere kleuren staan tegenover hele lichte kleuren. Kijk maar naar het plaatje hieronder.

Een combinatie van lichte en donkere kleuren noem je een licht-donkercontrast.

Tek lichtdonker.jpg

Koud-Warmcontrast

Warme kleuren vormen samen met koude kleuren een koud-warmcontrast.

Tek warmkoud.jpg

Signaalkleur

Een legertank valt niet op. Een legertank is namelijk groen of bruin van kleur. We noemen dit een schutkleur. De kleur rood daarentegen noemen we een signaalkleur. Een signaalkleur valt juist heel erg op. Zo hebben deze kleuren een bepaalde functie. Rood staat voor gevaar en verbod. Rood is de kleur van dingen die moeten opvallen.

Tek signaal.jpg

Structuur

Structuur

Als iets opgebouwd is uit verschillende onderdeeltjes, noem je dat een structuur. Veel dingen om ons heen bestaan uit structuren. Denk maar aan de stenen van huizen of de tegels in de badkamer.


Natuurlijke Structuren

Er bestaan ontzettend veel structuren. Deze verschillende structuren verdelen we in twee groepen. We hebben de groep die bestaat uit natuurlijke structuren en we hebben een groep kunstmatige structuren. De natuurlijke structuren zijn afgeleid of gemaakt door de natuur.


Tek blad.jpg

Tek schors.jpg

Kunstmatige Structuren

Een kunstmatige structuur is gemaakt door de mens. Denk maar aan de stenen van de straat, de dakpannen van een huis of een gevlochten mand.


Tek dak.jpg

Tek baksteen.jpg


Huidstructuren

Er bestaan in de dierenwereld ook heel veel structuren. Denk maar aan de schubben van een vis, de veren van een pauw of harige honden of schapen vachten. Deze structuren vormen de huid van een dier. Daarom noemen we deze structuren, huidstructuren.


Tek pauw.jpg

Tek schub.jpg

Huidversiering

Er bestaan huidstructuren en huidversieringen. Denk bij een huidversiering aan een giraffe, zebra of koe. Er is een grote variatie in versieringen. Stipjes, streepjes, kringetjes of hoekige vormen.

Tek dierenhuid.jpg

Fantasiestructuren

Een fantasiestructuur is bedacht vanuit de fantasie. Dit kan van alles zijn. Een fantasiestructuur kan bestaan uit lijnen, stippen, rondjes etc. Hoe dichter de onderdeeltjes bij elkaar getekend worden, hoe donkerder de structuur wordt.


Tek fantasie.jpg

Vorm

Silhouetten

Dieren, voorwerpen, planten en mensen hebben allemaal een eigen vorm. Bij een silhouet zie je geen lijnen, kleuren, tinten of diepte. Je ziet alleen de omtrekvorm. Je ziet gelijk wat de vorm voorstelt. Een silhouet ontstaat bij een laaghangende zon.


Tek olifant.jpg

Organische Vormen

Overal in de natuur zie je natuurlijke vormen. Meestal zijn deze vormen sierlijk en gebogen en niet hoekig en recht. We noemen natuurlijke vormen ook wel organische vormen. Organen zijn namelijk ook nooit recht. Met natuurlijke of organische vormen bedoelen we dus hetzelfde.

Tek organisch.jpg

Geometrische Vormen

Wiskundige vormen zijn in tegenstelling tot natuurlijke vormen niet sierlijk en gebogen. Wiskundige vormen zijn gemaakt met behulp van een bepaald gereedschap. Wiskundige vormen noemen we ook wel geometrische vormen. Deze vormen worden gemaakt met bijvoorbeeld een liniaal of een passer.


Vlakke Basisvormen

Ruimtelijke geometrische vormen zijn bijvoorbeeld een bol, kubus of piramide. Deze vormen zijn afgeleid van een vlakke basisvorm. In dit geval de cirkel, het vierkant en de driehoek. Een vlakke basisvorm is dus niet ruimtelijk, maar plat.

Tek cdv.jpg

Ruimtelijke Basisvormen

Ruimtelijke basisvormen zijn de kubus, balk, piramide, cilinder, kegel en bol.

Tek ruimtelijk.jpg

Lettervormen

Er bestaat een groot aantal verschillende lettertypes. Deze lettertypes hebben een bepaalde lettervorm.


Tek font.jpg

Vormeigenschappen

Deze letters hebben een vormeigenschap. Een vormeigenschap is bijvoorbeeld open of gesloten, grillig of juist strak, hoekig en rond, mager en vet. Meestal staan letters rechtop. Als letters schuin staan noem je dat een cursieve letter.


Schreef

Bepaalde letters hebben een verdikking of streepje aan het uiteinde. We noemen zo'n streepje een schreef.

Tek schreef.jpg

Compositie

Iedere tekening of schilderij heeft een bepaalde compositie. Als je een schilderij gaat maken, bedenk je de vormen en wat voor kleur de vormen krijgen. Ook bepaal je de plaats wat je de vormen kleuren gaat tekenen of schilderen. Je maakt dan een compositie. Het is de manier waarop onderdelen in een schilderij of tekening gerangschikt wordt. Je kunt verschillende composities maken. Hieronder staan een aantal voorbeelden.


Horizontale compositie

De onderdelen van een compositie kunnen verschillend geordend zijn. Als de onderdelen van een compositie allemaal horizontaal gerangschikt zijn, heet dat een horizontale compositie.


Verticale compositie

Zijn de meeste onderdelen van een compositie omhooggericht, dan noem je dat een verticale compositie.

Tek verticaal.jpg

Schuine compositie

Schuin geplaatste vormen zorgen voor een schuine compositie.


Tek diagonaal.jpg

Driehoekscompositie

Als de onderdelen van een compositie samen een driehoek vormen, is er sprake van een driehoekscompositie.

Tek driehoek.jpg

Tek driehoek1.jpg

Cirkelvormige compositie

Een cirkelvormige compositie ontstaat als de onderdelen samen een cirkel vormen.

Tek cirkelvormig.jpg

Symmetrische compositie

Bij een symmetrische compositie zijn de onderdelen aan de linkerkant hetzelfde als aan de rechterkant. Een symmetrische compositie zier er meestal een beetje statisch (stijfjes) of evenwichtig uit.

Tek symmetrisch.jpg

Asymmetrische compositie

Composities die links en rechts of onder en boven niet hetzelfde zijn, noem je asymmetrisch. Die composities zien er meestal dynamisch (beweeglijk) uit.

Tek asymmetrisch.jpg

Centrale compositie

Als de onderdelen van een compositie allemaal in het midden neergezet zijn, heet dat een centrale compositie.

Tek centraal.jpg

Verspreide compositie

Zijn de onderdelen van een compositie over de hele tekening verspreid, dan noem je dat een verspreide compositie.

Tek verspreid.jpg

Ritmische compositie

Een ritmische compositie ontstaat als de vormen of kleuren regelmatig herhaald worden en hierdoor een bepaalde beweging opgeroepen wordt.

Tek ritmisch.jpg

Licht

Lichtval

In schilderijen speelt licht vaak een belangrijke rol. Het lijkt dan zo, of er echt licht in schijnt. De schilder heeft dan kleur en licht-donkerverschillen toegepast. De schilder heeft dan ook met schaduw gewerkt.


Tek licht.jpg

Natuurlijke Lichtbronnen

Een voorwerp wat licht geeft, noem je een lichtbron. Er bestaan twee soorten lichtbronnen. Natuurlijk licht en kunstmatig licht. Een natuurlijke lichtbron is bijvoorbeeld, de zon, de maan en de sterren.


Tek zon.jpg

Kunstmatige Lichtbronnen

Kunstmatige lichtbronnen zijn kaarslicht, spots, lamplicht, tl-licht of vuur.

Tek buitenlamp.jpg

De kleur van de lichtbron

Het licht van een kunstmatige lichtbron ziet er anders uit, dan dat van een natuurlijke lichtbron. Natuurlijke lichtbronnen verspreiden meestal helder licht. Het licht van een kunstmatige lichtbron is vaak wat zwakker en geler van kleur. Er bestaat ook gekleurd licht, bijvoorbeeld in theatervoorstellingen of in een discotheek.

Tek gekleurdlicht.jpg

Gespreid en gebundeld licht

Als licht alle kanten opgaat, noemen we dat verspreid licht. Als licht maar een kant opgaat noemen we dat gebundeld licht. Een zaklantaarn heeft dus gebundeld licht en de zon heeft verspreid licht.

Verspreid licht

Tek verspreidlicht.jpg


Gebundeld licht

Tek gebundeldlicht.jpg

Licht en schaduw

Als er op een plaats geen licht komt, ontstaat er schaduw. Hoe feller het licht schijnt, hoe donkerder de schaduw lijkt.

Eigen schaduw

Er zijn verschillende soorten schaduwen. De schaduw op een voorwerp zelf noem je eigen schaduw.


Tek eigenschaduw.jpg

Slagschaduw

De schaduw die niet op het voorwerp zelf maar eronder, erachter of ernaast zit, heet slagschaduw.


Tek slagschaduwappel.jpg

Kernschaduw

Het donkerste gedeelte van een schaduw noem je kernschaduw.


Tek appelei.jpg

Halfschaduw

Het lichtste gedeelte van een schaduw noem je halfschaduw.


Gebroken schaduw

Een slagschaduw die door andere onderwerpen of oneffenheden onderbroken wordt, verandert van richting of vorm. Zo’n slagschaduw die op een oneffen ondergrond valt, noem je gebroken schaduw.


Tek gebrokenschaduw.jpg

Ruimte

Plat en Ruimtelijk

Een tekening is plat en beeldhouwwerk is ruimtelijk. Een tekening heeft een bepaalde hoogte en breedte. 2 dimensies noemen we dat. We korten dat af, als 2D. Een beeldhouwwerk heeft 3 dimensies. Namelijk een hoogte, een breedte en een diepte. We noemen dat 3D.


Punten en Lijnen

Punten en lijnen kunnen ruimte in een tekening oproepen. Maar ze kunnen ook getekend zijn dat er helemaal geen sprake is van ruimtesuggestie.


Aanzichten

Er zijn allerlei manieren om zonder ruimtesuggestie in een tekening toch drie dimensies uit te beelden. Bijvoorbeeld door verschillende aanzichten van iets te tekenen.


Plattegrond

er is nog een manier om zonder ruimtesuggestie in een tekening toch een ruimte uit te beelden. Denk maar aan een plattegrond of bovenaanzicht: het principe van een luchtfoto.


Verkleining

Er zijn verschillende manieren om ruimte in een tekening te laten ontstaan. Bijvoorbeeld door dingen vooraan groot te tekenen en dingen achteraan klein af te beelden. Verkleining noem je dat.


Overlapping

Ruimtesuggestie in een tekening kan ook ontstaan door overlapping. Dingen vooraan overlappen (bedekken) gedeeltelijk de dingen achteraan.


Ruimte door licht en donker

Ook door toepassing van licht en donker kun je ruimte in een tekening krijgen. Door bijvoorbeeld alles vooraan een donkere tint te geven en dingen achteraan lichter te maken.


Kleurperspectief

Warme kleuren vooraan en koele kleuren achteraan zorgen voor ruimte in een schilderij. Kleurperspectief noem je dit verschijnsel.


Vervaging

Dingen dichterbij lijken scherper dan dingen in de verte. Als dit in een schilderij is toegepast, noem je dat vervaging. Door alles in de verte vager te schilderen, ontstaat er ruimtesuggestie.


Afsnijding

Niet alle vormen van een schilderij passen er helemaal op. Bepaalde gedeeltes worden door de lijst van het schilderij ‘afgesneden’. Afsnijding heet dit verschijnsel. Het is net alsof je door en raam of fototoestel naar een schilderij kijkt. Daardoor ontstaat ruimte.